Massey Harris

Massey-Harris is van oorsprong een Canadese tractoren fabrikant, opgericht in 1847 in Newcastle, Ontario Canada door Daniël Massey. In 1891 fuseerde de met A. Harris, Son & Co. Ltd. tot Massey-Harris Co. Toen het in 1928 de Wallis trekker fabriek overnam. Deze trekkers waren al eerder onder de eigen naam in het verkoopprogramma opgenomen. De Wallis trekkers hadden vanaf 1913 een U-vormig plaatstalen raam waarin de motor en de transmissie werden gemonteerd. Deze voorloper van de blokbouwmethode is door Massey- Harris tot in de jaren dertig gehandhaafd. In ons land werd Massey-Harris steeds vertegenwoordigd door Brinkmann en Niemeyer.

 

In 1930 bestond het programma uit twee typen, de 12-20 en de 26-40. Vanaf 1938 werden nieuwe typen geïntroduceerd, de 16-28 Pacemaker, de nieuwe 26-40 MH 25 en de Challenger. Deze typen werden al in 1939 opgevolgd door een nieuwe serie met een moderne uiterlijk, de MH 81, De MH 101, de MH 102 GS Junior en de MH 102 GS Senior. Toen de import na de oorlog in 1948/’49 weer op gang kwam had men de typen Pony, 20 K, 44 K en 55 K, met benzine / petroleum motoren. De MH-Pony werd vanaf 1951 ook in Frankrijk gebouwd en voorzien van een viercilinder Simca 702 benzinemotor geleverd met een vermogen van 16 pk. Vanaf 1957 was deze trekker ook leverbaar als type 820 met een luchtgekoelde tweecilinder tweetakt dieselmotor van Hanomag met een vermogen van 20 pk. In 1959 werd dit model aangeduid als MF 21. De Pony bleef tot 1961 in productie en er zijn in die 14 jaar in totaal 121.000 stuks gebouwd, waarvan 90.000 in Frankrijk. Ook het typen MH 44 was een succes en er zijn daar 90.000 van gebouwd, waarvan alleen al in 1955 20.000 stuks. Dit type werd vanaf 1949 opgevolgd door de  in Schotland gebouwde 744 D die met een zescilinder Perkins P6 dieselmotor was uitgerust. In 1954 werd een hiervan afgeleid type 745 D uitgebracht en voorzien van een viercilinder Perkins L4 met een vermogen van 50 pk. Tot het eind van de productie in 1958 waren van dit type 11.000 stuks gebouwd. Dit model werd opgevolgd door de MF 65.

MF 65

 

De maaidorsers van MH waren ook zeer populair in die jaren, vooral in Engeland was het typen 726 zeker de eerste maaidorser op vele boerderijen.

En in 1953 fuseerde het bedrijf met de Ferguson Company tot Massey-Harris-Ferguson, voordat ze uiteindelijk overgingen op de huidige naam Massey-Ferguson in 1958.

 

Massey Ferguson   

Massey - Ferguson is een van de grootste bouwers van landbouwmachines - en dan in het bijzonder trekkers. Het bedrijf heeft 37 eigen fabrieken in negen landen. Samen met deelnemingen in andere bedrijven en licentiehouders worden de MF producten vervaardigd in 85 fabrieken in 31 landen. Deze producten worden verkocht in 140 landen. Massey - Ferguson heeft tractoren en oogstmachines in verschillende lijnen voor landbouw, tuinbouw, veehouderij, wijngaarden tuin en park etc.

Tegenwoordig is Massey Ferguson een onderdeel van AGCO.

 

De geschiedenis Massey Ferguson is ontstaan uit een fusie tussen twee bedrijven: Ferguson en Massey–Harris. Ferguson was van Harry Ferguson, een Noord Ierse boerenzoon uit Ulster hij bouwde eerst automobielen en andere motor voertuigen. In 1914 stapte hij over op landbouwtractoren, maar wilde niet te zware trekkers maken. Hij heeft in samenwerking met David Brown enkele trekkers gemaakt.

 

Daarna heeft Ferguson samen met Ford de Ford-Ferguson 9N en de 2N gemaakt. Toen Henry Ford was overleden richtte Ferguson een fabriek op in Engeland en later in Frankrijk.

In 1946 vond Ferguson een partner in Engeland om met hem een trekker op de markt te brengen. Het werd het type TE 20 dat samen met de Standard Motor Company werd uitgebracht.

TE 20

 

De uiterlijke verschillen met de 9N waren niet groot. Alleen de ribben in het voorfront waren voorheen verticaal en nu horizontaal aangebracht, ook de wiel flensen waren iets gewijzigd. In de aanloopperiode werd een viercilinder Continental-benzinemotor gebruikt. Deze motor werd na 1948 vervangen door een viercilinder Standard benzinemotor en aangeduid als TEA 20. In 1949 kon ook een motor met een lagere compressie en geschikt voor petroleum worden geleverd: type TED in 1951 werd een dieselmotor aan het programma toegevoegd, afkomstig van Standard en aangeduid als type TEF.

Vanaf 1951 bouwden ze trekkers om met de P3 dieselmotoren. Ferguson gebruikte de driecilinder dieselmotor van Perkins als ombouwset van de benzine- en petroleummotoren trekkers. Vanaf 1948 werden er ook in Detroit nog Fergusontrekkers gemaakt, voornamelijk met componenten uit Engeland. Deze met de aanduiding TO. Alle genoemde typen hadden de donkergrijze kleur en een gewicht van 1150 kg. De trekkers waren in die periode erg populair. Zo was in 1951 de helft van alle trekkers in Engeland van het merk Ferguson. De TO was in productie van 1946 tot 1956 en werd opgevolgd door de TE 35. Er waren toen meer dan 500.000 stuks afgeleverd.

In 1952, het topjaar maakte hij meer dan 100.000 trekkers.

De importeur voor Nederland is in die jaren N.I.M.A.G. Leidschendam aan de Veurschestraatweg 280. Vijf jaar achtereen is Ferguson in ons land de meest verkochte trekker. In 1950, 1951, 1952, 1953 en opnieuw in 1954. 5000 Fergusons van het zelfde typen. De Nederlandse boeren die hun goede geld niet uitgeven voor ze terdege hebben nagedacht en vergeleken.

 

De Ferguson trekkers worden geleverd met het Ferguson-systeem in de volgende uitvoeringen.

*met Diesel motor van 28 pk voor ƒ 7195.-

*met Petroleum motor van 26 pk voor ƒ 5795,-   

*met Benzine motor en in extra smalle uitvoering.

Alles compleet met hydraulische hefinrichting met vingertopregelaar, driepuntsophanging, automatische diepteregeling, veiligheidsstarter, aftakas, trekbalk en in 15 standen verstelbare spoorbreedte.                                         

 

In 1953 was er een nauwe samenwerking ontstaan tussen Ferguson en M-H. Deze samenwerking leidde tot een algehele fusie in 1957. De naam werd gewijzigd in Massey-Ferguson (MF) en de grijze kleur werd vervangen door de rode kleur van Massey-Harris.

Op 1 oktober 1956 presenteerde MF de nieuwe Engelse Ferguson FE 35.

FE 35

 

Deze trekker had een sterkere motor en was leverbaar met petroleum – of dieselmotor. De trekker beschikte over zes versnellingen vooruit en een sneller reagerende hydraulische hefinrichting en als extra een tweetrapskoppeling en doordraaiende aftakas. De MF 65 kwam ook uit met een viercilinder Perkinsmotor van 50 pk. In 1959 werd Perkins Ltd. door MF overgenomen, doch de alom bekende naam Perkins bleef gehandhaafd. Ook werd de Italiaanse trekker producent Landini door het concern overgenomen, maar behield wel een eigen plaats en eigen naam in het geheel. Wel toonden de geproduceerde typen steeds meer overeenkomst met elkaar, uitgezonderd de kleur.

 

In 1966 kwam Joegoslavische merk IMT als licentie van een ouder type van de MF 35 op de markt. De IMT 533 had een vermogen van 35 pk.

Importeur was toen Cebeco in Steenwijk. De belangstelling voor deze trekker was niet erg groot, omdat toen de moderne techniek zijn intrede deed.  Na 1975 is het merk nog wel door anderen gelanceerd, maar een succes is het nooit geworden.

Massey-Ferguson onderhield een periode nauwe relaties met Eicher. Hoe nauw blijkt ook uit de opbouw van de MF 132, aangedreven door een luchtgekoelde Eichermotor.

Harry Ferguson wilde niet te grote trekkers bouwen, maar na zijn dood in 1960 werden de trekkers steeds groter en kregen steeds meer vermogen. Eind december 1964 kwam een totaal nieuwe serie MF-trekkers uit de fabrieken in Coventry en Beauvais. Deze serie bestond uit de ranke MF 130, MF 135, MF 165, MF 175. De moderne uitziende trekkers hadden een Amerikaanse neus, een differentieelgrendel, en een doordraaiende aftakas. De zwaardere typen hadden daarbij een transmissie met Multi Power (MP) waarmee de rijsnelheid tijdens het werk met 20 % terug kon worden gebracht zonder het koppelingspedaal te gebruiken. Omgekeerd ging ook. In principe verdubbelde het aantal schakelmogelijkheden.

MF 135

 

In 1975 kwam MF met een speciale kniktrekker op de markt, de MF 1200, dit werd later in 1979 de MF 1250.

De serie werd in die jaren uitgebreid verschillende types zoals de 148, 155, 168, 178, 185, 188, 1088, De MF 1100 met een zescilinder Perkins motor. De MF 1155 met een V8 motor met een vermogen van 155 pk.

In het jaar 1976 completeert MF de serie zware trekkers met het type 1104-4. Ook nieuw zijn de 1102 en de 1132 met de gelucht gekoelde zescilinder Eicher motoren, die in de Eicher Wotan trekkers gebruikt worden.   

MF introduceert eind 1976 de MF 500 serie, met de modellen 550, 560, 565, 575, en 590 en 595 met de opvallende veiligheidscabine met maar aan één kant een deur, dit was in Nederland nog in opspraak  om een goedkeuring te krijgen, volgens de concurrentie was dit niet veilig.   

Tijdens de Landbouw-RAI van januari 1978 werd een serie van Italiaanse komaf geïntroduceerd, met de typen 254, 274, 1114 en 1134.

In maart 1979 komt de MF-fabriek uit het Franse Beauvais met de twee eerste typen in de MF 2000-serie uit, de typen 2640 en 2680. Beide hebben een zescilinder motor met een inhoud van 5.8 l. De motor van de MF 2680 heeft een turbo. De trekkers hebben twee gescheiden hydraulische systemen, een met lage en een met hoge druk voor de hefinrichting. De geluidsarme cabine met vlakke vloer ontbreekt uiteraard niet. In 1981 completeert MF de 2000-serie met het type 2620.

De financiële resultaten van MF zijn in die jaren niet erg rooskleurig. Dat word deels veroorzaakt door het ontbreken van nieuwe trekker series. Dat wordt eind 1982 anders na de introductie van de MF 200- en MF 600 serie. Deze MF 600- serie wordt tijdens de Landbouw-RAI 1984 gecompleteerd met de MF 699. De Nederlandse importeur is in 1984 Motrac BV uit Zutphen geworden, voorheen was dat Brinkmann en Niemeijer.

MF 699

 

In 1985 komt MF met de 2005 lijn. De vier typen: 2625, 2645, 2685 en 2705 zijn de doorontwikkelde versies uit de 2000-serie.  In 1987 komen de lang tegemoet geziene nieuwe series, de eenvoudige 300- serie gebouwd in Coventry (Engeland) en de luxe 3000- serie gebouwd in Beauvais (Frankrijk) . Met de elektronische componenten Autotronic en Datatronic. In ons land gaat vooral de belangstelling uit naar de luxe 3000- serie. De Autotronic  is een elektronisch sturings- en bewakingssysteem voor de vierwielaandrijving. Met de Datatronic kan de chauffeur de waarden van verschillende functies digitaal aflezen.  Aan deze twee moderne series voegt de fabriek in 1987 de 3600-serie toe. Deze zijn uitgerust met een nieuwe transmissie en een elektronische gestuurde hefinrichting. In het voorjaar van 1990 komt de 3100-serie uit, met de Perkens Quadram motoren voor een betere verbranding.

Deze motoren komen ook in de twee nieuwe zware typen, de MF 3645 en 3655. In dat jaar wordt Datatronic uitgebreid met Memotronic, een recorder die de verzamelde gegevens opslaat op een uitneembare cassette, die daarna thuis kan worden gedownload. Hiermee introduceert MF ook de eerste vorm van ‘tracking and tracing’ In April 1991 komen de MF 3670 en 3690 uit. Zij krijgen op vallende veel problemen met de Perkens motoren, en de oplossing wordt gevonden bij het Sisu-motoren uit Finland. De ruimzichttrekkers van MF lijken veel op de Landine trekkers (Advantage serie) die in 1992 met de typen 377, 387 en 397 op de markt gekomen.

Als de aantallen verkochte trekkers teruglopen, ontstaat er overcapaciteit in de fabriek in Beauvais. In 1994 komt er een samenwerkingsverband met Renault op het gebied van transmissies. Zo ontstaat de gemeenschappelijke transmissiefabriek GIMA, op het complex in Frankrijk.

In het voorjaar van 1995 rollen weer twee nieuwe series uit de fabriek, de 6100-serie met in totaal acht opeenvolgende typen en de 8100-serie met zes modellen. Voor de controle van een groot aantal functies kunnen deze trekkers worden geleverd met Datatronic, met twee displays. Ook is het Closed Center Load Sensing (CCLS) af fabriek leverbaar, als optie.

De grootste publiektrekker bij MF is wel MF 9240, een Amerikaanse zescilinder met een vermogen van 238 pk, deze is niet in ons land geïmporteerd.

MF 9240

 

Daarnaast zijn er tal van fabrikanten die in licentie van MF trekkers produceerde gebaseerd op de MF techniek. O.a. EBRO, Ursus en ITM zijn hiervan voorbeelden.

 

In 1995 werd AGCO de eigenaar van Massey-Ferguson. Maar Massey Ferguson kon wel blijven produceren onder eigen naam. Het hoofdkantoor is nu gevestigd in Engeland. AGCO verkoopt een aantal Massey - Ferguson modellen als AGCO. In 2004 wordt de motorenfabriek Sisu uit Finland overgenomen. 

Het AGCO concern bestaat uit de volgende merken. Challenger, Fendt, GSI, Massey Ferguson en Valtra.

Massey Ferguson weet al 170 jaar wat boeren beweegt. Dit jaar zijn ze met de MF 6700 S machine van het jaar 2017.

Tijdens onze oldtimershow willen we de gehele lijn van MF laten zien op onze boerendag in Alphen.










Copyright © S.T.T.A. 2010 - 2017